Van jachthond naar gezelschapshond; de Poedel

Posted on: Mon, 10/14/2019 - 22:12 By: manon

Wie aan een Poedel denkt, krijgt waarschijnlijk het beeld voor zich van een grote Poedel in showmodel, of een dwergpoedeltje die z’n oudere eigenaar vergezelt. En toch is het ras ooit ontstaan als een hardwerkende jachthond. Vandaag de dag zijn ze een rasgroep opgeschoven, van de waterhonden naar de gezelschapshonden.

Hoewel de FCI Frankrijk als land van herkomst heeft aangewezen, is hierover nog altijd discussie. Een andere theorie is namelijk dat het ras in Duitsland is ontwikkeld en z’n naam dankt aan het woord “pudel” wat naar het Nederlands vertaald zou worden als “poedelen”. Dit betekent zoiets als baden, in het water spetteren. Het ras zou zijn naam hier aan danken vanwege zijn oorspronkelijke functie als waterhond. Na de oorsprong in Duitsland zou Frankrijk er met de erkenning vandoor zijn gegaan, waar het ras ook wel bekend staat als “chien canard” ofwel eendenhond. Nog een verwijzing naar het “werkverleden” van de Poedel Zowel de Duitse als Franstalige termen zijn nog steeds correct voor wat de Poedel tegenwoordig is: een echte jachthond. Hoewel voor dit werk wel vaak uitsluitend de grote variant gebruikt wordt, doet een goede Poedel in de jacht niet onder voor de andere waterhondenrassen. Als allrounders apporteren ze waterwild zoals eenden en soms zelfs ganzen vanuit het water en op het land. Een andere theorie is dat de Poedel toch in Frankrijk is ontstaan, en zou afstammen van de Franse waterhond: de Barbet. Men selecteerde op een lichtere, minder grof gebouwde hond, en dat werd uiteindelijk de Poedel.

poedels

Ook de verklaring voor het huidige showmodel is alom bekend: de bollen rond de gewrichten en aan de achterhand zouden uit functioneel oogpunt ontstaan zijn. De kroesharige vacht is waterbestendig en werd voor grote delen kort gehouden om het niet te zwaar te maken tijdens het zwemen, maar ook om te voorkomen dat de hond verstrikt raakt in dichte begroeiing. De langere delen moesten de vitale organen en gewrichten van de hond extra bescherming bieden tegen de kou van het water. Tegenwoordig zijn er tal van trimschema’s voor de Poedel, waarvan sommige het grootste gedeelte van de vacht op één lengte houden. De meeste Poedels in de praktijkjacht zijn in zo’n functioneel kapsel gezet dat op één lengte relatief kort is geschoren of geknipt.

poedel

Dat de Poedel dan toch vooral als gezelschapshond is geëindigd, is waarschijnlijk vooral te danken aan z’n karakter. Poedels zijn van nature vrolijke honden die dol zijn op aandacht. Dat leent ze er voor om er meer mee te ondernemen dan alleen eendenjacht. Ze beleven er plezier aan om nieuwe dingen te leren en hebben een vriendelijk, aangenaam karakter. In Engeland werden de kleinere varianten van de Poedel ontwikkeld, die dankzij deze eigenschappen al snel in trek waren als gezelschapshond. En niet alleen de dwerg- en toypoedels bleken echte entertainers: deze karaktertrek zit verankerd in alle varianten van het ras. De Franse aristocraten omarmden de Poedel als gezelschapshond en daarmee werd het ras ook uitgebracht op shows. Deze karaktereigenschappen zijn nog steeds terug te vinden in de hedendaagse Poedels, wat verklaart waarom ze zowel plezier beleven aan de aandacht die ze krijgen op shows, maar ook in het jachtveld.

Deze ontwikkelingen binnen het ras vonden echter al plaats voor de oprichting van wat we tegenwoordig wereldwijd de meest invloedrijke kynologische organisaties noemen; de Canadian Kennel Club, American Kennel Club en de FCI. De CKC en AKC ontstonden in de 19e eeuw, en opvallend is dat de Canadezen de Poedel destijds onderbrachten in de sectie Retrievers. De Amerikanen kozen er echter voor om alle varianten te erkennen en in de rasgroep non-sporting te plaatsen. Dit is de rasgroep waar tegenwoordig een grote diversiteit aan rassen zich in bevinden, waaronder de Engelse Bulldog, de Dalmatische Hond en de Keeshond. De FCI erkent de Poedel in rasgroep 9, de gezelschapshonden, waar het ras haar eigen sectie heeft. De sectie “poedels” omvat alle variëteiten in zowel grootte als kleur. Alleen de United Kennel Club (UKC), een Amerikaanse stamboekhouding zonder samenwerking met de FCI, erkent de Poedel als zogenaamde “sporting dog” en accepteert ze ook op retrieverjachtproeven, waar al meerdere Poedels de hoogst haalbare titel wisten te behalen. Ook bij de North American Hunting Retriever Association (NAHRA) zijn Poedels welkom op jachtproeven. In Nederland kan de Poedel vanwege de onderverdeling in rasgroep 9 niet mee doen aan officiële jachtproeven, deze zijn voorbehouden aan de jachthondenrassen van rasgroep 3, 4, 6, 7 en 8. Wel zijn ze welkom en steeds vaker te zien op onofficiële apporteerproeven. Onlangs nog werd de derde editie van de Workingtest voor Krullen & Friezen gehouden, speciaal bedoeld voor de Friese hondenrassen en de jachthondenrassen met krulharige vacht, met diverse Poedels aanwezig tijdens deze dag.

poedel

De rijke geschiedenis toont aan dat de Poedel veel meer in petto heeft dan men op het eerste gezicht zou verwachten. Het imago van het ras is vaak ten onrechte dat van een truttig hondje. De Poedel is met de juiste training een harde werker en goede apporteur vanuit het water en op land. De Poedel is tegenwoordig geschikt als huishond en gezelschapshond maar heeft ook zeker sportieve kwaliteiten. Hun intelligentie en leergierigheid maakt ze geschikt voor verschillende takken van hondensport zoals agility, gehoorzaamheid en uiteraard de apporteersport. Wie er zelf tegenop ziet om geapporteerde eenden uit de bek van de Poedel aan te nemen kan zich ook nog verdiepen in apporteersport, waar uitsluitend met dummy’s wordt gewerkt.

Foto's: Angie Louter van Louter Creek Poodles

afbeelding blog
poedel